Kapel van Obersteigen
Al in 1215 vestigden augustijner kanunniken zich in dit klooster, waar de kerk en kapel, gebouwd in de 13e eeuw, romaanse en gotische stijlen combineren. Het gebouw, gewijd aan de Tenhemelopneming van Maria, heeft zijn oorspronkelijke uiterlijk behouden ondanks een restauratie in 1849. Binnenin staat een 1,15 meter hoog beeld van de Maagd met Kind uit lindehout, met nog sporen van rood, blauw, groen en geel polychroom. Dit symbool van Obersteigen uit de 14e eeuw weerspiegelt de spirituele betekenis van de plek, die ook een strategisch uitkijkpunt was tegen ketters. Het achthoekige koor, geïnspireerd op dat van Aken, werd gebouwd door cisterciënzer arbeiders, experts in constructie. De flesvormige vensters fungeerden als zonnewijzer en projecteerden beelden op vaste tijden. Sinds 1844 is de kapel een beschermd monument. Het was ook een machtscentrum: 34 Duitse koningen zaten er zeven eeuwen lang onder een zonnestraal die direct op de troon viel. Een bescheiden curiositeit nabij het koor zijn twee gebeeldhouwde slakken, symbolen van onsterfelijkheid. In de 14e eeuw verlieten de kanunniken de kapel, die een dependance van Wangenbourg werd, beschermd door dikke muren tegen plunderaars die werden aangetrokken door de zoutweg. Tegenwoordig contrasteert haar rust met haar roerige verleden.