Ribeauvillé
Ingeklemd tussen de hellingen van de Elzasser wijngaarden en de eerste uitlopers van de Vogezen, belichaamt Ribeauvillé de tijdloze charme van een middeleeuwse stad. De geschiedenis ervan is onlosmakelijk verbonden met die van de familie Ribeaupierre, die er in de Middeleeuwen het centrum van haar heerlijkheid vestigde. Deze heren lieten drie burchten bouwen waarvan de imposante silhouetten nog steeds de stad en de omliggende heuvels domineren. Toegankelijk via een wandelpad langs de bergflank, bieden het kasteel Saint-Ulrich, het oudste en grootste, het kasteel Girsberg en het kasteel Haut-Ribeaupierre, het hoogste van de drie, een uitzonderlijk panorama over de regio. Deze overblijfselen herinneren aan de vroegere macht van deze familie die de lokale identiteit blijvend heeft gevormd.
Ribeauvillé bewaart ook sporen van zijn middeleeuwse vestingwerken, zoals een deel van de stadsmuur en verdedigings torens. Onder deze torens is de Slagers toren, gebouwd in de 13e eeuw en herbouwd in de 18e eeuw, een getuigenis van de rol van gilden bij de verdediging van de stad. De naam verwijst naar het slagersgilde, dat verantwoordelijk was voor de bescherming van de toegang via deze toren bij een aanval.
De Grand’rue, de hoofdstraat van de stad, betovert met zijn pittoreske wijken waar bloemrijke vakwerkhuizen uit de 15e tot 18e eeuw elkaar afwisselen. De pleinen langs deze straat zijn versierd met renaissancefonteinen, die een elegante toets aan het geheel toevoegen. Verschillende gebouwen verdienen bijzondere aandacht: het 18e-eeuwse stadhuis, dat een opmerkelijke collectie zilveren bekers herbergt, geschonken door de graven van Ribeaupierre, de Slagers toren, de oude graanhal en het huis van de muzikanten, herkenbaar aan zijn unieke geveldecor uit 1683.
Ribeauvillé leeft op tijdens traditionele feestdagen, waaronder het beroemde Pfifferdaj, of feest van de muzikanten. Dit evenement, het oudste van Elzas, dateert uit 1481 toen het gilde van muzikanten hier samenkwam om hun koning te kiezen. Tegenwoordig vindt het elk eerste zondag van september plaats en combineert het praalwagens, fanfares en middeleeuwse animaties, waarmee een eeuwenoude traditie in ere wordt gehouden.